Durven springen en vertrouwen dat je wel landt | Stichting Vlamingen in de Wereld Overslaan en naar de inhoud gaan
x
VIW-bestuurder Eva Pareit en haar gezin

Durven springen en vertrouwen dat je wel landt

Onze bestuurder Eva Pareit bewijst dat internationale mobiliteit geen lineair pad is, maar een aaneenschakeling van keuzes, kansen en sprongen in het onbekende. Voor wie durft, ligt de wereld open. Ze bouwde een internationale carrière uit in relocation en executive search, terwijl ze zelf een leven leidde dat voortdurend in beweging is. Als partner van een Amerikaans militair en moeder van drie kinderen weet ze als geen ander wat internationale mobiliteit écht betekent, professioneel én persoonlijk. 

Jouw carrière draait rond internationale mobiliteit. Hoe is dat begonnen? 

Mijn eerste job was in de relocatiesector, namelijk mensen begeleiden van land A naar land B. Dat kon evengoed een Vlaming zijn die naar Singapore verhuisde, als een Fransman die van Japan naar Zwitserland trok. Ik was hun single point of contact, degene die alles coördineerde en hen doorheen het proces loodste. Later werkte ik bij Vlerick Business School als career advisor. En toen mijn man zijn eerste internationale militaire opdracht kreeg, moest ik mezelf heruitvinden. Zo ben ik in executive search terechtgekomen. 

 
Een logische volgende stap? 

Absoluut. Ik werk met internationale bedrijven die op zoek zijn naar topprofielen of directiefuncties, vaak over landsgrenzen heen. Een CEO in België die een geschikte kandidaat zoekt in Duitsland of Italië: dat is voor mij dagelijkse kost. Mijn talenkennis speelt daarin een grote rol. Ik spreek zes talen, wat helpt om mensen in hun eigen taal te benaderen én te overtuigen. Dat maakt een enorm verschil in vertrouwen. 

 
Je eigen leven lijkt die internationale dynamiek te weerspiegelen. Hoe combineer je dat met een gezin? 

Dat is een constante oefening. Door de job van mijn man zijn we vaak verhuisd: Duitsland, de Verenigde Staten, België en vandaag Italië. Gelukkig werk ik voor het internationaal bedrijf Stanton Chase, waardoor ik telkens lokaal opnieuw kon beginnen met een contract. In de VS was dat zelfs eenvoudiger, omdat ik er als ‘military spouse’ meteen aan de slag kon. 

 
Je man heeft een bijzonder profiel: militair én theoloog. Dat klinkt behoorlijk uniek? 

Ja, dat klopt. Hij heeft een doctoraat aan de KU Leuven en is historicus in de theologie. Oorspronkelijk wilde hij professor worden, maar door de geringe kansen daarop koos hij uiteindelijk voor een carrière in het leger, wat binnen zijn familie een traditie is. Onze levens lijken misschien tegenstrijdig, ik ben eerder een pacifist, hij militair, maar net dat werkt. De liefde kiest je, niet omgekeerd. 
 

Wat maakt iemand volgens jou geschikt voor een leven als expat? 

Een combinatie van mindset en context. Je moet sociaal durven zijn, openstaan voor het onbekende en een zekere energie hebben. Ik hoor vaak al aan de telefoon of iemand die ‘drive’ heeft. Maar minstens even belangrijk is het gezin. It takes two to tango. Als de partner en kinderen zich goed voelen, volgt de expat meestal vanzelf. Ik doe eigenlijk altijd een soort ‘haalbaarheidsstudie’: wat is de gezinssituatie, hoe flexibel is de partner, hoe oud zijn de kinderen? 

 
Zijn mensen vandaag nog even bereid om die sprong te wagen? 

Minder dan vroeger, vind ik. Belgen zijn bijvoorbeeld eerder honkvast. Ondanks alle technologische mogelijkheden om verbonden te blijven, wordt er meer getwijfeld. Mensen zoeken stabiliteit. Maar wie wél springt, wint enorm veel. Je bouwt een rugzak op vol ervaringen, ontwikkelt veerkracht en leert jezelf beter kennen. 

 
Je ben zelf drie keren in het buitenland bevallen. Hoe heb je dat ervaren? 

Telkens anders. In Duitsland bijvoorbeeld ligt de nadruk heel sterk op moederschap met lange verloven, weinig kinderopvang, en een duidelijke verwachting dat de moeder thuisblijft. In Italië is dat anders: daar heb je vijf maanden moederschapsverlof en meer flexibiliteit. En mijn tweede bevalling vond plaats op een Amerikaanse militaire basis, daar stond ik na één dag alweer buiten. Ook medisch zijn er grote verschillen tussen land: medicatie, doseringen van antibiotica bijvoorbeeld,… dat is iets waar weinig mensen bij stilstaan. 
 

Wat zijn voor jou de grootste uitdaging van een mobiel leven? 

Eenzaamheid mag je niet onderschatten. Je bouwt niet van dag één een sociaal netwerk op. Daarom zeg ik altijd: je moet ook een goede vriend van jezelf zijn. Maar tegelijk biedt het ook vrijheid. Minder sociale verplichtingen, meer ruimte om je eigen pad te volgen. 
 

En de grootste opportuniteit? 

Groei. Zonder twijfel. Je leert omgaan met onzekerheid, je ontwikkelt zelfvertrouwen en je leert kansen zien waar anderen obstakels zien. Mijn motto is fake it until you make it. Zeker met talen. Gewoon beginnen, fouten maken, en blijven doorgaan. 
 

Tot slot: welk advies zou je mensen geven die twijfelen om naar het buitenland te gaan? 

Denk minder, voel meer. Natuurlijk moet je realistisch zijn, maar je moet ook durven springen. Vraag jezelf af: wat is het ergste dat kan gebeuren? En wat als het wél lukt? Die tweede vraag is vaak veel interessanter.

Auteur:
Koen Van der Schaeghe